zondag 16 oktober 2016

Something happened on the way to heaven


The most wonderful time


Caterpillar


Nadien



Verstommen
't beeld verstommen
en stranden waar vloed
z'n hoogste toppen reikt
zand op wimpers
tranen van zilt

ben niet stuk
doch gebroken
door herfstzon op water

gedeeltelijk verblind

...

De zomer die nooit was

Misschien was het beter nooit geweten...

Misschien denkt degene die dit leest dat ik knettergek was. Ik was het ook. Maar zo is het niet altijd geweest. Het ging me niet om roem of rijkdom. Het ging over duisternis en hoe ze nooit eindigde. Er was geen zomer. De wereld was gedoemd en zo voelde het ook aan. Iedereen was in paniek. Er heerste een enorme voedselschaarste. En alles wat mooi was stierf.

Ook mijn geliefde Stefanie. Ik zou nooit – ik weet dat ik nooit, zou leven zonder haar. Maar ze bleef niet gespaard van de turende duisternis dat alles in zijn weg opslokte. Ja, de duisternis viel wijdopen en oeverloos. Ik ontsnapte nipt. Nu is mijn ziel gescheurd, misschien was ik beter meegezogen in het hele gebeuren. De pijn om te overleven, het verlies van mijn betreurde Stefanie. Ik keerde moedig terug naar waar ooit het dorp van mijn jeugd was. De straten leeg en ongewoon stil.

Ik keek rond en stelde vast dat niets meer zou zijn zoals het was. Hun lichamen lagen er nog. Ik wendde mijn ogen af. De beelden speelden zich opnieuw af in mijn herinnering en ik was beter nooit teruggekeerd. De kilte was te snijden.
En net als de lichamen lagen enkele gewassen ongeoogst op de velden te rotten.

Misschien kan ik jullie haarfijn vertellen wat er allemaal gebeurde. Maar mijn wil dit te doen zou een bekentenis zijn en dat wil ik ten zeerste vermijden. Ik ben een slachtoffer, net als ieder doods lichaam in dit dorp.

Mijn geliefde Stefanie, een vrouw waar zelfs de engelen jaloers op konden zijn. Geloof me, ze waren het. Mooi in al haar grootheid, speels als een bloesemwind in mei. Ik schudde haar geest van mij af. Even maar, want lang zou het niet duren voor ik haar gefluister weer zou horen. Nooit had ik gedacht dat mijn woede zou ontluiken. Maar eens het idee was geboren bleef het groeien. Als een stem, dat ongewild aanwezig mijn dagen vulde. Ja, beste mens, ik die klein en nederig op de achtergrond leefde, een figurant werd van mijn eigen leven. Ik beste mens, nam het heft in handen.

Het idee mijn Stefanie af te geven aan ander. Rijker in zijn soort maar bruter in zijn aard. Die met de ruigheid van zijn lichaam haar tederheid schenden zou. Neen, de gedachte alleen maakte dit alles ondraagelijk. Ik handelde snel en onberekend. Lachte soms waanzinnig, tot huilens toe. Maar altijd had ik maar één beeld in gedachten, mijn Stefanie… Toen het dorp stil werd en de enige ademhaling het mijne was, begroef ik in alle stilte mijn geliefde. Ja, toen werd duidelijk dat haar schoonheid, nog mooier dan dat van de jaloerse engelen, onsterflijk was. De dood was haar verlossing en mijn ondraagelijke pijn.

 Lily May Parker/2014

woensdag 12 oktober 2016

Djerzy

Als ik schrijf, de duivel weet hoe vaak ik schrijf, moet! Mezef dwingen details te elimineren. Simpel op zich, moeilijker dan je denkt. Mijn ervaring kan detailwaardig zijn,het uwe niet. Alsook ondervonden dat ik andere details zie dan jij, dan zij...dan gelijk wie trouwens.

Ben bezeten, doch trouw aan mijn gedachten.

‘K erger me mateloos aan het clowntje van mijn kind, statig zoals we hem sedert jarenlang in het gezin kennen blijkt hij nog steeds te zijn. Hij sierde mijn muur destijds,  schuin over het bed met de breedste grijns dat je je maar kon bedenken...

Soms hoorde ik zijn iel gelach weergalmen tussen mijn lakens door. “verstop je niet kleine Nathalie, laat ons spelen”. Kinderen hebben enorm verbeelding en helaas voor mij heb ik het nog...maar die clown. Ik betwijfel of mijn verbeelding me veel parten speelde.

Niettemin staat dezelfde  griezel er nog steeds, Djerzy de clown. Een veertje in zijn rug laat hem opwinden eens volledig opgedraait vullen enge klanken de kamer...jaren veertig cabaret vult en golft een sfeer mee waarin ik me ongemakkelijk voel...kijk liever niet teveel, naar mijn jeugdige griezel van weleer...maar wegdoen,lukt me niet....

zondag 9 oktober 2016

De witte Tuimelaar


Mijn gedrag heeft nooit tot ontsporingen geleid. Misschien wel tot chaos, ik wist ze te beperken tot eigen pijn. Fysiek of psychisch. Hou het wel voor mezelf. En alle professionelen die me terug resetten mét eigenbelang deze keer, bedankt.

Af en toe paniekaanvallen. Mijn hoofd staat op barsten en ik kan moeilijk ademen. Paniek is een slechte raadgever, maar het palmt je, fluistert herkenbaarheid, en dan?

Mijn leerkracht Nederlands omarmde het feit dat ik van jongs stripverhalen schreef, gedichten, kleine novelles. Ik schetste en had nooit beide voeten op de grond. Hij wist indertijd dat ik gedoemd was. Op risico bepaalde amateuristische tenen te vertrappelen; hij beschouwde me als talent. 

Helaas kende hij toen al de keerzijde van de medaille. Zijn voorspellingen waren correct, futuristisch stipt en gedetailleerd. Mijn misantropie is groots en hoewel mijn voeten zoals ik zei nooit de aarde raakten, waren mijn armen nooit lang genoeg om carrière te maken. In de hedendaagse digitale wereld heeft een Neo-Romanticus geen plaats. Ik hoor hier niet. Letterlijk stam ik uit tijden van postduiven, woorden die schoonheid bestempelden in alom rijmende woorden. Och, er was depressie, maar nu heerst er ook depressie. 

Elke dag benader ik de bloedmooie witte duif in mijn tuin. Brief klaar en hoopvol. Ze is wanhopig op zoek naar haar til. Is alleen, dat merk je. Ik voer haar dagelijks, bespied haar en naar eigen zeg stalk haar vluchtroute. Iedere avond scheur ik het briefje in duizend stukken en spiegel woorden in reflectie...

'Ik ben niet gek, toch?'...

Er is geen veilige vogelvlucht...een havik, is er eentje teveel...

zaterdag 8 oktober 2016

Dichters en Kunstenaars

Flowers of Evil;


De belangstellingen van mijn helder denken;

Orandum est ut sit mens sana in corpore sano, goed maar wat als ik niet gelovig ben. Misschien niet zo gelovig omwille waar anderen in geloven maar daarom niet minder loyaal aan wat ik denk. Ik ben geen moeilijk persoon. Soms denk ik dat ik er niet bij hoor. Gewoon. Te anders ben.

Er zijn er nog. Hooggevoelig, zielsverwanten. Er zijn er nog, maar dun bezaaid. Slechts enkele lelies in een poel vol kroos...

De een zijn oppervlakkigheid is de ander zijn gepieker. Het zou niet mogen. Als ze zich in mijn wereld; mijn wereld he Hilde ;) zouden bevinden, dan zou ik hen onder tafel spreken. Ze zouden geen gevaar betekenen voor mijn geestelijke gezondheid. Ik zou het hen niet toelaten. Ik bevind me nu echter in hun wereld. Ergens verscholen in de laagjes, tussenin,  hun maatschappelijke niveaus. Tussenin de absurde eisen en nog absurdere ethiek van hun wetenschap.

Mijn ouverture in deze aparte wereld is van kind af mislukt. Maar vaak dacht ik zelf de mislukte te zijn. Ik hield me als kind bezig met Charles Baudelaire (Les Fleurs du mal) of Edgar Allan Poe (The Raven). Met; wie ben ik eigenlijk? Nu jaren later zit ik nog vast in mijn poëzie en neoromatiek. Zij zitten evenwel vast in hun wereld…

Ik heb me zodanig afgebakend dat ik me soms de gevangene voel.

Ik waan me niet beter dan zij die ik niet begrijp, integendeel. Mijn eigenwaarde is nederig en meetbaar. Ik beschouw mijn demonen als werkelijk, ze zijn met zoveel…

Ik ben teleurgesteld. Maar wat hen betreft, niet weet, niet deert…

Dichters, kunstenaars we zijn niet heliocentrisch in de ruimte waarin we leven, we kunnen wel argumenteren...